| Vervoegen: faceliften |
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
| gefacelift |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
| ik facelift jij facelift hij facelift wij faceliften jullie faceliften zij faceliften |
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
| ik heb gefacelift jij hebt gefacelift hij heeft gefacelift wij hebben gefacelift jullie hebben gefacelift zij hebben gefacelift |
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
| ik faceliftte jij faceliftte hij faceliftte wij faceliftten jullie faceliftten zij faceliftten |
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
| ik had gefacelift jij had gefacelift hij had gefacelift wij hadden gefacelift jullie hadden gefacelift zij hadden gefacelift |
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
| ik zal faceliften jij zult faceliften hij zal faceliften wij zullen faceliften jullie zullen faceliften zij zullen faceliften |
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
| ik zal gefacelift hebben jij zult gefacelift hebben hij zal gefacelift hebben wij zullen gefacelift hebben jullie zullen gefacelift hebben zij zullen gefacelift hebben |
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
| ik zou faceliften jij zou faceliften hij zou faceliften wij zouden faceliften jullie zouden faceliften zij zouden faceliften |
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
| ik zou gefacelift hebben jij zou gefacelift hebben hij zou gefacelift hebben wij zouden gefacelift hebben jullie zouden gefacelift hebben zij zouden gefacelift hebben |
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
| facelift |