NL: fabulerenSynoniemen: fantaseren
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefabuleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fabuleer jij fabuleert hij fabuleert wij fabuleren jullie fabuleren zij fabuleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefabuleerd jij hebt gefabuleerd hij heeft gefabuleerd wij hebben gefabuleerd jullie hebben gefabuleerd zij hebben gefabuleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fabuleerde jij fabuleerde hij fabuleerde wij fabuleerden jullie fabuleerden zij fabuleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefabuleerd jij had gefabuleerd hij had gefabuleerd wij hadden gefabuleerd jullie hadden gefabuleerd zij hadden gefabuleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal fabuleren jij zult fabuleren hij zal fabuleren wij zullen fabuleren jullie zullen fabuleren zij zullen fabuleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefabuleerd hebben jij zult gefabuleerd hebben hij zal gefabuleerd hebben wij zullen gefabuleerd hebben jullie zullen gefabuleerd hebben zij zullen gefabuleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou fabuleren jij zou fabuleren hij zou fabuleren wij zouden fabuleren jullie zouden fabuleren zij zouden fabuleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefabuleerd hebben jij zou gefabuleerd hebben hij zou gefabuleerd hebben wij zouden gefabuleerd hebben jullie zouden gefabuleerd hebben zij zouden gefabuleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fabuleer
|