NL: föhnenFR: sécher les cheveux
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geföhnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik föhn jij föhnt hij föhnt wij föhnen jullie föhnen zij föhnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geföhnd jij hebt geföhnd hij heeft geföhnd wij hebben geföhnd jullie hebben geföhnd zij hebben geföhnd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik föhnde jij föhnde hij föhnde wij föhnden jullie föhnden zij föhnden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geföhnd jij had geföhnd hij had geföhnd wij hadden geföhnd jullie hadden geföhnd zij hadden geföhnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal föhnen jij zult föhnen hij zal föhnen wij zullen föhnen jullie zullen föhnen zij zullen föhnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geföhnd hebben jij zult geföhnd hebben hij zal geföhnd hebben wij zullen geföhnd hebben jullie zullen geföhnd hebben zij zullen geföhnd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou föhnen jij zou föhnen hij zou föhnen wij zouden föhnen jullie zouden föhnen zij zouden föhnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geföhnd hebben jij zou geföhnd hebben hij zou geföhnd hebben wij zouden geföhnd hebben jullie zouden geföhnd hebben zij zouden geföhnd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
föhn
|