NL: extrapolerenEN: extrapolate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxtrapoleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik extrapoleer jij extrapoleert hij extrapoleert wij extrapoleren jullie extrapoleren zij extrapoleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxtrapoleerd jij hebt geëxtrapoleerd hij heeft geëxtrapoleerd wij hebben geëxtrapoleerd jullie hebben geëxtrapoleerd zij hebben geëxtrapoleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik extrapoleerde jij extrapoleerde hij extrapoleerde wij extrapoleerden jullie extrapoleerden zij extrapoleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxtrapoleerd jij had geëxtrapoleerd hij had geëxtrapoleerd wij hadden geëxtrapoleerd jullie hadden geëxtrapoleerd zij hadden geëxtrapoleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal extrapoleren jij zult extrapoleren hij zal extrapoleren wij zullen extrapoleren jullie zullen extrapoleren zij zullen extrapoleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxtrapoleerd hebben jij zult geëxtrapoleerd hebben hij zal geëxtrapoleerd hebben wij zullen geëxtrapoleerd hebben jullie zullen geëxtrapoleerd hebben zij zullen geëxtrapoleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou extrapoleren jij zou extrapoleren hij zou extrapoleren wij zouden extrapoleren jullie zouden extrapoleren zij zouden extrapoleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxtrapoleerd hebben jij zou geëxtrapoleerd hebben hij zou geëxtrapoleerd hebben wij zouden geëxtrapoleerd hebben jullie zouden geëxtrapoleerd hebben zij zouden geëxtrapoleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
extrapoleer
|