NL: exporterenSynoniemen: uitvoeren,
DE: ausführen, exportieren
EN: export
FR: exporter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxporteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik exporteer jij exporteert hij exporteert wij exporteren jullie exporteren zij exporteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxporteerd jij hebt geëxporteerd hij heeft geëxporteerd wij hebben geëxporteerd jullie hebben geëxporteerd zij hebben geëxporteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik exporteerde jij exporteerde hij exporteerde wij exporteerden jullie exporteerden zij exporteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxporteerd jij had geëxporteerd hij had geëxporteerd wij hadden geëxporteerd jullie hadden geëxporteerd zij hadden geëxporteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal exporteren jij zult exporteren hij zal exporteren wij zullen exporteren jullie zullen exporteren zij zullen exporteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxporteerd hebben jij zult geëxporteerd hebben hij zal geëxporteerd hebben wij zullen geëxporteerd hebben jullie zullen geëxporteerd hebben zij zullen geëxporteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou exporteren jij zou exporteren hij zou exporteren wij zouden exporteren jullie zouden exporteren zij zouden exporteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxporteerd hebben jij zou geëxporteerd hebben hij zou geëxporteerd hebben wij zouden geëxporteerd hebben jullie zouden geëxporteerd hebben zij zouden geëxporteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
exporteer
|