NL: expliquerenSynoniemen: expliceren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxpliqueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik expliqueer jij expliqueert hij expliqueert wij expliqueren jullie expliqueren zij expliqueren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxpliqueerd jij hebt geëxpliqueerd hij heeft geëxpliqueerd wij hebben geëxpliqueerd jullie hebben geëxpliqueerd zij hebben geëxpliqueerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik expliqueerde jij expliqueerde hij expliqueerde wij expliqueerden jullie expliqueerden zij expliqueerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxpliqueerd jij had geëxpliqueerd hij had geëxpliqueerd wij hadden geëxpliqueerd jullie hadden geëxpliqueerd zij hadden geëxpliqueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal expliqueren jij zult expliqueren hij zal expliqueren wij zullen expliqueren jullie zullen expliqueren zij zullen expliqueren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxpliqueerd hebben jij zult geëxpliqueerd hebben hij zal geëxpliqueerd hebben wij zullen geëxpliqueerd hebben jullie zullen geëxpliqueerd hebben zij zullen geëxpliqueerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou expliqueren jij zou expliqueren hij zou expliqueren wij zouden expliqueren jullie zouden expliqueren zij zouden expliqueren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxpliqueerd hebben jij zou geëxpliqueerd hebben hij zou geëxpliqueerd hebben wij zouden geëxpliqueerd hebben jullie zouden geëxpliqueerd hebben zij zouden geëxpliqueerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
expliqueer
|