NL: experimenterenSynoniemen: uitproberen
DE: experimentieren, Versuche machen
EN: experiment
ES: experimentar
FR: expérimenter, éprouver
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxperimenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik experimenteer jij experimenteert hij experimenteert wij experimenteren jullie experimenteren zij experimenteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxperimenteerd jij hebt geëxperimenteerd hij heeft geëxperimenteerd wij hebben geëxperimenteerd jullie hebben geëxperimenteerd zij hebben geëxperimenteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik experimenteerde jij experimenteerde hij experimenteerde wij experimenteerden jullie experimenteerden zij experimenteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxperimenteerd jij had geëxperimenteerd hij had geëxperimenteerd wij hadden geëxperimenteerd jullie hadden geëxperimenteerd zij hadden geëxperimenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal experimenteren jij zult experimenteren hij zal experimenteren wij zullen experimenteren jullie zullen experimenteren zij zullen experimenteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxperimenteerd hebben jij zult geëxperimenteerd hebben hij zal geëxperimenteerd hebben wij zullen geëxperimenteerd hebben jullie zullen geëxperimenteerd hebben zij zullen geëxperimenteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou experimenteren jij zou experimenteren hij zou experimenteren wij zouden experimenteren jullie zouden experimenteren zij zouden experimenteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxperimenteerd hebben jij zou geëxperimenteerd hebben hij zou geëxperimenteerd hebben wij zouden geëxperimenteerd hebben jullie zouden geëxperimenteerd hebben zij zouden geëxperimenteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
experimenteer
|