NL: expanderenSynoniemen: openen, uitbouwen, uitbreiden, uitdijen, verbreiden, vermeerderen, verruimen, verwijden
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxpandeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik expandeer jij expandeert hij expandeert wij expanderen jullie expanderen zij expanderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxpandeerd jij hebt geëxpandeerd hij heeft geëxpandeerd wij hebben geëxpandeerd jullie hebben geëxpandeerd zij hebben geëxpandeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik expandeerde jij expandeerde hij expandeerde wij expandeerden jullie expandeerden zij expandeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxpandeerd jij had geëxpandeerd hij had geëxpandeerd wij hadden geëxpandeerd jullie hadden geëxpandeerd zij hadden geëxpandeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal expanderen jij zult expanderen hij zal expanderen wij zullen expanderen jullie zullen expanderen zij zullen expanderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxpandeerd hebben jij zult geëxpandeerd hebben hij zal geëxpandeerd hebben wij zullen geëxpandeerd hebben jullie zullen geëxpandeerd hebben zij zullen geëxpandeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou expanderen jij zou expanderen hij zou expanderen wij zouden expanderen jullie zouden expanderen zij zouden expanderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxpandeerd hebben jij zou geëxpandeerd hebben hij zou geëxpandeerd hebben wij zouden geëxpandeerd hebben jullie zouden geëxpandeerd hebben zij zouden geëxpandeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
expandeer
|