NL: exerceren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxerceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik exerceer jij exerceert hij exerceert wij exerceren jullie exerceren zij exerceren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxerceerd jij hebt geëxerceerd hij heeft geëxerceerd wij hebben geëxerceerd jullie hebben geëxerceerd zij hebben geëxerceerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik exerceerde jij exerceerde hij exerceerde wij exerceerden jullie exerceerden zij exerceerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxerceerd jij had geëxerceerd hij had geëxerceerd wij hadden geëxerceerd jullie hadden geëxerceerd zij hadden geëxerceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal exerceren jij zult exerceren hij zal exerceren wij zullen exerceren jullie zullen exerceren zij zullen exerceren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxerceerd hebben jij zult geëxerceerd hebben hij zal geëxerceerd hebben wij zullen geëxerceerd hebben jullie zullen geëxerceerd hebben zij zullen geëxerceerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou exerceren jij zou exerceren hij zou exerceren wij zouden exerceren jullie zouden exerceren zij zouden exerceren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxerceerd hebben jij zou geëxerceerd hebben hij zou geëxerceerd hebben wij zouden geëxerceerd hebben jullie zouden geëxerceerd hebben zij zouden geëxerceerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
exerceer
|