NL: excommuniceren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxcommuniceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik excommuniceer jij excommuniceert hij excommuniceert wij excommuniceren jullie excommuniceren zij excommuniceren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxcommuniceerd jij hebt geëxcommuniceerd hij heeft geëxcommuniceerd wij hebben geëxcommuniceerd jullie hebben geëxcommuniceerd zij hebben geëxcommuniceerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik excommuniceerde jij excommuniceerde hij excommuniceerde wij excommuniceerden jullie excommuniceerden zij excommuniceerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxcommuniceerd jij had geëxcommuniceerd hij had geëxcommuniceerd wij hadden geëxcommuniceerd jullie hadden geëxcommuniceerd zij hadden geëxcommuniceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal excommuniceren jij zult excommuniceren hij zal excommuniceren wij zullen excommuniceren jullie zullen excommuniceren zij zullen excommuniceren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxcommuniceerd hebben jij zult geëxcommuniceerd hebben hij zal geëxcommuniceerd hebben wij zullen geëxcommuniceerd hebben jullie zullen geëxcommuniceerd hebben zij zullen geëxcommuniceerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou excommuniceren jij zou excommuniceren hij zou excommuniceren wij zouden excommuniceren jullie zouden excommuniceren zij zouden excommuniceren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxcommuniceerd hebben jij zou geëxcommuniceerd hebben hij zou geëxcommuniceerd hebben wij zouden geëxcommuniceerd hebben jullie zouden geëxcommuniceerd hebben zij zouden geëxcommuniceerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
excommuniceer
|