NL: excerperenSynoniemen: uittreksmaken, samenvatten
DE: excerperen (een uittreksel maken): zusammenfassen, eine Zusammenfassung machen
EN: excerperen (een uittreksel maken): excerpt, make an excerpt from
ES: excerperen (een uittreksel maken): resumir, hacer un resumen
FR: excerperen (een uittreksel maken): faire des extraits
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxcerpeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik excerpeer jij excerpeert hij excerpeert wij excerperen jullie excerperen zij excerperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxcerpeerd jij hebt geëxcerpeerd hij heeft geëxcerpeerd wij hebben geëxcerpeerd jullie hebben geëxcerpeerd zij hebben geëxcerpeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik excerpeerde jij excerpeerde hij excerpeerde wij excerpeerden jullie excerpeerden zij excerpeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxcerpeerd jij had geëxcerpeerd hij had geëxcerpeerd wij hadden geëxcerpeerd jullie hadden geëxcerpeerd zij hadden geëxcerpeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal excerperen jij zult excerperen hij zal excerperen wij zullen excerperen jullie zullen excerperen zij zullen excerperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxcerpeerd hebben jij zult geëxcerpeerd hebben hij zal geëxcerpeerd hebben wij zullen geëxcerpeerd hebben jullie zullen geëxcerpeerd hebben zij zullen geëxcerpeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou excerperen jij zou excerperen hij zou excerperen wij zouden excerperen jullie zouden excerperen zij zouden excerperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxcerpeerd hebben jij zou geëxcerpeerd hebben hij zou geëxcerpeerd hebben wij zouden geëxcerpeerd hebben jullie zouden geëxcerpeerd hebben zij zouden geëxcerpeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
excerpeer
|