NL: excellerenSynoniemen: uitblinken, uitsteken, uitmunten, schitteren, overtreffen, onderscheiden
EN: excelleren (uitblinken): outshine
ES: excelleren (uitblinken): distinguirse, sobresalir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëxcelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik excelleer jij excelleert hij excelleert wij excelleren jullie excelleren zij excelleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëxcelleerd jij hebt geëxcelleerd hij heeft geëxcelleerd wij hebben geëxcelleerd jullie hebben geëxcelleerd zij hebben geëxcelleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik excelleerde jij excelleerde hij excelleerde wij excelleerden jullie excelleerden zij excelleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëxcelleerd jij had geëxcelleerd hij had geëxcelleerd wij hadden geëxcelleerd jullie hadden geëxcelleerd zij hadden geëxcelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal excelleren jij zult excelleren hij zal excelleren wij zullen excelleren jullie zullen excelleren zij zullen excelleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëxcelleerd hebben jij zult geëxcelleerd hebben hij zal geëxcelleerd hebben wij zullen geëxcelleerd hebben jullie zullen geëxcelleerd hebben zij zullen geëxcelleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou excelleren jij zou excelleren hij zou excelleren wij zouden excelleren jullie zouden excelleren zij zouden excelleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëxcelleerd hebben jij zou geëxcelleerd hebben hij zou geëxcelleerd hebben wij zouden geëxcelleerd hebben jullie zouden geëxcelleerd hebben zij zouden geëxcelleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
excelleer
|