NL: evoluerenSynoniemen: ontwikkelen
DE: entwickeln, ausbilden, erfinden, bilden
EN: develop, evolve
ES: desarrollarse, evolucionar, convertirse en
FR: développer, évoluer, s'épanouir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëvolueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik evolueer jij evolueert hij evolueert wij evolueren jullie evolueren zij evolueren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëvolueerd jij hebt geëvolueerd hij heeft geëvolueerd wij hebben geëvolueerd jullie hebben geëvolueerd zij hebben geëvolueerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik evolueerde jij evolueerde hij evolueerde wij evolueerden jullie evolueerden zij evolueerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëvolueerd jij had geëvolueerd hij had geëvolueerd wij hadden geëvolueerd jullie hadden geëvolueerd zij hadden geëvolueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal evolueren jij zult evolueren hij zal evolueren wij zullen evolueren jullie zullen evolueren zij zullen evolueren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëvolueerd hebben jij zult geëvolueerd hebben hij zal geëvolueerd hebben wij zullen geëvolueerd hebben jullie zullen geëvolueerd hebben zij zullen geëvolueerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou evolueren jij zou evolueren hij zou evolueren wij zouden evolueren jullie zouden evolueren zij zouden evolueren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëvolueerd hebben jij zou geëvolueerd hebben hij zou geëvolueerd hebben wij zouden geëvolueerd hebben jullie zouden geëvolueerd hebben zij zouden geëvolueerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
evolueer
|