Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

evacueren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: evacueren
Synoniemen: leegruimen, onderbrengen, ontruimen, weggaan

DE: evakuieren, ausräumen, entfernen, beseitigen, räumen, wegschaffen, fortschaffen
EN: evacuate
FR: évacuer, écarter, repousser, s'éloigner

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geëvacueerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik evacueer
jij evacueert
hij evacueert
wij evacueren
jullie evacueren
zij evacueren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geëvacueerd
jij hebt geëvacueerd
hij heeft geëvacueerd
wij hebben geëvacueerd
jullie hebben geëvacueerd
zij hebben geëvacueerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik evacueerde
jij evacueerde
hij evacueerde
wij evacueerden
jullie evacueerden
zij evacueerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geëvacueerd
jij had geëvacueerd
hij had geëvacueerd
wij hadden geëvacueerd
jullie hadden geëvacueerd
zij hadden geëvacueerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal evacueren
jij zult evacueren
hij zal evacueren
wij zullen evacueren
jullie zullen evacueren
zij zullen evacueren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geëvacueerd hebben
jij zult geëvacueerd hebben
hij zal geëvacueerd hebben
wij zullen geëvacueerd hebben
jullie zullen geëvacueerd hebben
zij zullen geëvacueerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou evacueren
jij zou evacueren
hij zou evacueren
wij zouden evacueren
jullie zouden evacueren
zij zouden evacueren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geëvacueerd hebben
jij zou geëvacueerd hebben
hij zou geëvacueerd hebben
wij zouden geëvacueerd hebben
jullie zouden geëvacueerd hebben
zij zouden geëvacueerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
evacueer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/evacueren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English