NL: etalerenSynoniemen: tentoonstellen, tonen, uitstallen
DE: ausstellen, zur Schau stellen, vorzeigen, darstellen, aushängen, vorweisen, darbieten, vorführen
EN: show, exhibit, display
ES: exhibir, presentar, exponer
FR: exposer, étaler, exhiber
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëtaleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik etaleer jij etaleert hij etaleert wij etaleren jullie etaleren zij etaleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëtaleerd jij hebt geëtaleerd hij heeft geëtaleerd wij hebben geëtaleerd jullie hebben geëtaleerd zij hebben geëtaleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik etaleerde jij etaleerde hij etaleerde wij etaleerden jullie etaleerden zij etaleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëtaleerd jij had geëtaleerd hij had geëtaleerd wij hadden geëtaleerd jullie hadden geëtaleerd zij hadden geëtaleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal etaleren jij zult etaleren hij zal etaleren wij zullen etaleren jullie zullen etaleren zij zullen etaleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëtaleerd hebben jij zult geëtaleerd hebben hij zal geëtaleerd hebben wij zullen geëtaleerd hebben jullie zullen geëtaleerd hebben zij zullen geëtaleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou etaleren jij zou etaleren hij zou etaleren wij zouden etaleren jullie zouden etaleren zij zouden etaleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëtaleerd hebben jij zou geëtaleerd hebben hij zou geëtaleerd hebben wij zouden geëtaleerd hebben jullie zouden geëtaleerd hebben zij zouden geëtaleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
etaleer
|