NL: escalerenDE: escaleren (uit de hand lopen): außer Kontrolle geraten, escalieren
EN: escaleren (uit de hand lopen): escalate, snowball
FR: escaleren (uit de hand lopen): escaler, aggraver, devenir inmaîtrisable, intensifier, envenimer, s'aggraver, s'envenimer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëscaleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik escaleer jij escaleert hij escaleert wij escaleren jullie escaleren zij escaleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëscaleerd jij hebt geëscaleerd hij heeft geëscaleerd wij hebben geëscaleerd jullie hebben geëscaleerd zij hebben geëscaleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik escaleerde jij escaleerde hij escaleerde wij escaleerden jullie escaleerden zij escaleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëscaleerd jij had geëscaleerd hij had geëscaleerd wij hadden geëscaleerd jullie hadden geëscaleerd zij hadden geëscaleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal escaleren jij zult escaleren hij zal escaleren wij zullen escaleren jullie zullen escaleren zij zullen escaleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëscaleerd hebben jij zult geëscaleerd hebben hij zal geëscaleerd hebben wij zullen geëscaleerd hebben jullie zullen geëscaleerd hebben zij zullen geëscaleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou escaleren jij zou escaleren hij zou escaleren wij zouden escaleren jullie zouden escaleren zij zouden escaleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëscaleerd hebben jij zou geëscaleerd hebben hij zou geëscaleerd hebben wij zouden geëscaleerd hebben jullie zouden geëscaleerd hebben zij zouden geëscaleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
escaleer
|