Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

escaleren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: escaleren
DE: escaleren (uit de hand lopen): außer Kontrolle geraten, escalieren
EN: escaleren (uit de hand lopen): escalate, snowball
FR: escaleren (uit de hand lopen): escaler, aggraver, devenir inmaîtrisable, intensifier, envenimer, s'aggraver, s'envenimer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geëscaleerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik escaleer
jij escaleert
hij escaleert
wij escaleren
jullie escaleren
zij escaleren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geëscaleerd
jij hebt geëscaleerd
hij heeft geëscaleerd
wij hebben geëscaleerd
jullie hebben geëscaleerd
zij hebben geëscaleerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik escaleerde
jij escaleerde
hij escaleerde
wij escaleerden
jullie escaleerden
zij escaleerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geëscaleerd
jij had geëscaleerd
hij had geëscaleerd
wij hadden geëscaleerd
jullie hadden geëscaleerd
zij hadden geëscaleerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal escaleren
jij zult escaleren
hij zal escaleren
wij zullen escaleren
jullie zullen escaleren
zij zullen escaleren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geëscaleerd hebben
jij zult geëscaleerd hebben
hij zal geëscaleerd hebben
wij zullen geëscaleerd hebben
jullie zullen geëscaleerd hebben
zij zullen geëscaleerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou escaleren
jij zou escaleren
hij zou escaleren
wij zouden escaleren
jullie zouden escaleren
zij zouden escaleren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geëscaleerd hebben
jij zou geëscaleerd hebben
hij zou geëscaleerd hebben
wij zouden geëscaleerd hebben
jullie zouden geëscaleerd hebben
zij zouden geëscaleerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
escaleer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/escaleren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English