NL: ervenDE: erben
EN: inherit, come into
ES: heredar
FR: hériter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geërfd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik erf jij erft hij erft wij erven jullie erven zij erven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geërfd jij hebt geërfd hij heeft geërfd wij hebben geërfd jullie hebben geërfd zij hebben geërfd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik erfde jij erfde hij erfde wij erfden jullie erfden zij erfden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geërfd jij had geërfd hij had geërfd wij hadden geërfd jullie hadden geërfd zij hadden geërfd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal erven jij zult erven hij zal erven wij zullen erven jullie zullen erven zij zullen erven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geërfd hebben jij zult geërfd hebben hij zal geërfd hebben wij zullen geërfd hebben jullie zullen geërfd hebben zij zullen geërfd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou erven jij zou erven hij zou erven wij zouden erven jullie zouden erven zij zouden erven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geërfd hebben jij zou geërfd hebben hij zou geërfd hebben wij zouden geërfd hebben jullie zouden geërfd hebben zij zouden geërfd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
erf
|