NL: ervarenSynoniemen: gewaarworden, ondervinden, bedreven, doormaken, beleven, voelen
DE: erfahren, qualifiziert, geübt, gewandt, geschult, routiniert, bewandert
EN: experienced
ES: capaz, capacitado, profesional, experto, competente, experimentado, versado en
FR: expérimenté, qualifié, habile, entraîné
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ervaren
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ervaar jij ervaart hij ervaart wij ervaren jullie ervaren zij ervaren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ervaren jij hebt ervaren hij heeft ervaren wij hebben ervaren jullie hebben ervaren zij hebben ervaren
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ervoer jij ervoer hij ervoer wij ervoeren jullie ervoeren zij ervoeren
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ervaren jij had ervaren hij had ervaren wij hadden ervaren jullie hadden ervaren zij hadden ervaren
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ervaren jij zult ervaren hij zal ervaren wij zullen ervaren jullie zullen ervaren zij zullen ervaren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ervaren hebben jij zult ervaren hebben hij zal ervaren hebben wij zullen ervaren hebben jullie zullen ervaren hebben zij zullen ervaren hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ervaren jij zou ervaren hij zou ervaren wij zouden ervaren jullie zouden ervaren zij zouden ervaren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ervaren hebben jij zou ervaren hebben hij zou ervaren hebben wij zouden ervaren hebben jullie zouden ervaren hebben zij zouden ervaren hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ervaar
|