Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

erkennen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: erkennen

NL: erkennen
DE: einsehen, verstehen, einsehen, begreifen, durchblicken, sich einer Sache bewußt sein, sich im klaren sein, sich klarwerden, von etwas Kenntnis haben, wissen, über etwas Bescheid wissen, Durchblick haben

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
erkend
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik erken
jij erkent
hij erkent
wij erkennen
jullie erkennen
zij erkennen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb erkend
jij hebt erkend
hij heeft erkend
wij hebben erkend
jullie hebben erkend
zij hebben erkend
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik erkende
jij erkende
hij erkende
wij erkenden
jullie erkenden
zij erkenden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had erkend
jij had erkend
hij had erkend
wij hadden erkend
jullie hadden erkend
zij hadden erkend
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal erkennen
jij zult erkennen
hij zal erkennen
wij zullen erkennen
jullie zullen erkennen
zij zullen erkennen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal erkend hebben
jij zult erkend hebben
hij zal erkend hebben
wij zullen erkend hebben
jullie zullen erkend hebben
zij zullen erkend hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou erkennen
jij zou erkennen
hij zou erkennen
wij zouden erkennen
jullie zouden erkennen
zij zouden erkennen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou erkend hebben
jij zou erkend hebben
hij zou erkend hebben
wij zouden erkend hebben
jullie zouden erkend hebben
zij zouden erkend hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
erken


DE: erkennen
Synoniemen: einsehen, verstehen, einsehen, begreifen, durchblicken, sich einer Sache bewußt sein, sich im klaren sein, sich klarwerden, von etwas Kenntnis haben, wissen, über etwas Bescheid wissen, Durchblick haben
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
erkannt
erkennend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich erkenne
du erkennst
er erkennt
wir erkennen
ihr erkennt
sie; Sie erkennen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe erkannt
du hast erkannt
er hat erkannt
wir haben erkannt
ihr habt erkannt
sie; Sie haben erkannt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich erkannte
du erkanntest
er erkannte
wir erkannten
ihr erkanntet
sie; Sie erkannten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte erkannt
du hattest erkannt
er hatte erkannt
wir hatten erkannt
ihr hattet erkannt
sie; Sie hatten erkannt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde erkennen
du wirst erkennen
er wird erkennen
wir werden erkennen
ihr werdet erkennen
sie; Sie werden erkennen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde erkannt haben
du wirst erkannt haben
er wird erkannt haben
wir werden erkannt haben
ihr werdet erkannt haben
sie; Sie werden erkannt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich erkenne
du erkennest
er erkenne
wir erkennen
ihr erkennet
sie; Sie erkennen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe erkannt
du habest erkannt
er habe erkannt
wir haben erkannt
ihr habet erkannt
sie; Sie haben erkannt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich erkennte
du erkenntest
er erkennte
wir erkennten
ihr erkenntet
sie; Sie erkennten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte erkannt
du hättest erkannt
er hätte erkannt
wir hätten erkannt
ihr hättet erkannt
sie; Sie hätten erkannt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde erkennen
du würdest erkennen
er würde erkennen
wir würden erkennen
ihr würdet erkennen
sie; Sie würden erkennen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde erkannt haben
du würdest erkannt haben
er würde erkannt haben
wir würden erkannt haben
ihr würdet erkannt haben
sie; Sie würden erkannt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du erkenne

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/erkennen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English