Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

erbarmen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: erbarmen

NL: erbarmen
DE: Gnade, Barmherzigkeit, Mitleid, Mitleid, Mitgefühl, Anteilnahme, Teilnahme

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
erbarmd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik erbarm
jij erbarmt
hij erbarmt
wij erbarmen
jullie erbarmen
zij erbarmen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb erbarmd
jij hebt erbarmd
hij heeft erbarmd
wij hebben erbarmd
jullie hebben erbarmd
zij hebben erbarmd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik erbarmde
jij erbarmde
hij erbarmde
wij erbarmden
jullie erbarmden
zij erbarmden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had erbarmd
jij had erbarmd
hij had erbarmd
wij hadden erbarmd
jullie hadden erbarmd
zij hadden erbarmd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal erbarmen
jij zult erbarmen
hij zal erbarmen
wij zullen erbarmen
jullie zullen erbarmen
zij zullen erbarmen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal erbarmd hebben
jij zult erbarmd hebben
hij zal erbarmd hebben
wij zullen erbarmd hebben
jullie zullen erbarmd hebben
zij zullen erbarmd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou erbarmen
jij zou erbarmen
hij zou erbarmen
wij zouden erbarmen
jullie zouden erbarmen
zij zouden erbarmen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou erbarmd hebben
jij zou erbarmd hebben
hij zou erbarmd hebben
wij zouden erbarmd hebben
jullie zouden erbarmd hebben
zij zouden erbarmd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
erbarm


DE: erbarmen
Synoniemen: Gnade, Barmherzigkeit, Mitleid, Mitleid, Mitgefühl, Anteilnahme, Teilnahme
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
erbarmt
erbarmend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich erbarme
du erbarmst
er erbarmt
wir erbarmen
ihr erbarmt
sie; Sie erbarmen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe erbarmt
du hast erbarmt
er hat erbarmt
wir haben erbarmt
ihr habt erbarmt
sie; Sie haben erbarmt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich erbarmte
du erbarmtest
er erbarmte
wir erbarmten
ihr erbarmtet
sie; Sie erbarmten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte erbarmt
du hattest erbarmt
er hatte erbarmt
wir hatten erbarmt
ihr hattet erbarmt
sie; Sie hatten erbarmt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde erbarmen
du wirst erbarmen
er wird erbarmen
wir werden erbarmen
ihr werdet erbarmen
sie; Sie werden erbarmen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde erbarmt haben
du wirst erbarmt haben
er wird erbarmt haben
wir werden erbarmt haben
ihr werdet erbarmt haben
sie; Sie werden erbarmt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich erbarme
du erbarmest
er erbarme
wir erbarmen
ihr erbarmet
sie; Sie erbarmen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe erbarmt
du habest erbarmt
er habe erbarmt
wir haben erbarmt
ihr habet erbarmt
sie; Sie haben erbarmt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich erbarmte
du erbarmtest
er erbarmte
wir erbarmten
ihr erbarmtet
sie; Sie erbarmten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte erbarmt
du hättest erbarmt
er hätte erbarmt
wir hätten erbarmt
ihr hättet erbarmt
sie; Sie hätten erbarmt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde erbarmen
du würdest erbarmen
er würde erbarmen
wir würden erbarmen
ihr würdet erbarmen
sie; Sie würden erbarmen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde erbarmt haben
du würdest erbarmt haben
er würde erbarmt haben
wir würden erbarmt haben
ihr würdet erbarmt haben
sie; Sie würden erbarmt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du erbarme

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/erbarmen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English