NL: equalizen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëqualized
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik equalize jij equalizet hij equalizet wij equalizen jullie equalizen zij equalizen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëqualized jij hebt geëqualized hij heeft geëqualized wij hebben geëqualized jullie hebben geëqualized zij hebben geëqualized
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik equalizede jij equalizede hij equalizede wij equalizeden jullie equalizeden zij equalizeden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëqualized jij had geëqualized hij had geëqualized wij hadden geëqualized jullie hadden geëqualized zij hadden geëqualized
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal equalizen jij zult equalizen hij zal equalizen wij zullen equalizen jullie zullen equalizen zij zullen equalizen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëqualized hebben jij zult geëqualized hebben hij zal geëqualized hebben wij zullen geëqualized hebben jullie zullen geëqualized hebben zij zullen geëqualized hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou equalizen jij zou equalizen hij zou equalizen wij zouden equalizen jullie zouden equalizen zij zouden equalizen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëqualized hebben jij zou geëqualized hebben hij zou geëqualized hebben wij zouden geëqualized hebben jullie zouden geëqualized hebben zij zouden geëqualized hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
equalize
|