NL: epilerenSynoniemen: ontharen
DE: epileren (ontharen): epilieren, enthaaren
EN: epileren (ontharen): depilate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëpileerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik epileer jij epileert hij epileert wij epileren jullie epileren zij epileren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëpileerd jij hebt geëpileerd hij heeft geëpileerd wij hebben geëpileerd jullie hebben geëpileerd zij hebben geëpileerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik epileerde jij epileerde hij epileerde wij epileerden jullie epileerden zij epileerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëpileerd jij had geëpileerd hij had geëpileerd wij hadden geëpileerd jullie hadden geëpileerd zij hadden geëpileerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal epileren jij zult epileren hij zal epileren wij zullen epileren jullie zullen epileren zij zullen epileren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëpileerd hebben jij zult geëpileerd hebben hij zal geëpileerd hebben wij zullen geëpileerd hebben jullie zullen geëpileerd hebben zij zullen geëpileerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou epileren jij zou epileren hij zou epileren wij zouden epileren jullie zouden epileren zij zouden epileren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëpileerd hebben jij zou geëpileerd hebben hij zou geëpileerd hebben wij zouden geëpileerd hebben jullie zouden geëpileerd hebben zij zouden geëpileerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
epileer
|