EN: to enterFR: ajouter, greffer
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
entering
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I enter you enter he enters we enter you enter they enter
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have entered you have entered he has entered we have entered you have entered they have entered
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I entered you entered he entered we entered you entered they entered
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had entered you had entered he had entered we had entered you had entered they had entered
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will enter you will enter he will enter we will enter you will enter they will enter
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have entered you will have entered he will have entered we will have entered you will have entered they will have entered
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would enter you would enter he would enter we would enter you would enter they would enter
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have entered you would have entered he would have entered we would have entered you would have entered they would have entered
|
FR: enterSynoniemen: ajouter, greffer
| Participe Passé |
|
enté
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je ente tu entes il; elle ente nous entons vous entez ils; elles entent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai enté tu as enté il; elle a enté nous avons enté vous avez enté ils; elles ont enté
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
j`entais tu entais il; elle entait nous entions vous entiez ils; elles entaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais enté tu avais enté il; elle avait enté nous avions enté vous aviez enté ils; elles avaient enté
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
j`entai tu entas il; elle enta nous entâmes vous entâtes ils; elles entèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus enté tu eus enté il; elle eut enté nous eûmes enté vous eûtes enté ils; elles eurent enté
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
j`enterai tu enteras il; elle entera nous enterons vous enterez ils; elles enteront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai enté tu auras enté il; elle aura enté nous aurons enté vous aurez enté ils; elles auront enté
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
j`ente tu entes il; elle ente nous entions vous entiez ils; elles entent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie enté tu aies enté il; elle ait enté nous ayons enté vous ayez enté ils; elles aient enté
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
j`entasse tu entasses il; elle entât nous entassions vous entassiez ils; elles entassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse enté tu eusses enté il; elle eût enté nous eussions enté vous eussiez enté ils; elles eussent enté
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
j`enterais tu enterais il; elle enterait nous enterions vous enteriez ils; elles enteraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais enté tu aurais enté il; elle aurait enté nous aurions enté vous auriez enté ils; elles auraient enté
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) ente, (nous) entons (vous) entez
|