NL: entamerenSynoniemen: starten, opwerpen, openen, aansnijden, aanknopen, aankaarten, opperen, aanvoeren
DE: das Anschneiden
EN: the beginning, the broaching, the starting
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëntameerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik entameer jij entameert hij entameert wij entameren jullie entameren zij entameren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëntameerd jij hebt geëntameerd hij heeft geëntameerd wij hebben geëntameerd jullie hebben geëntameerd zij hebben geëntameerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik entameerde jij entameerde hij entameerde wij entameerden jullie entameerden zij entameerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëntameerd jij had geëntameerd hij had geëntameerd wij hadden geëntameerd jullie hadden geëntameerd zij hadden geëntameerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal entameren jij zult entameren hij zal entameren wij zullen entameren jullie zullen entameren zij zullen entameren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëntameerd hebben jij zult geëntameerd hebben hij zal geëntameerd hebben wij zullen geëntameerd hebben jullie zullen geëntameerd hebben zij zullen geëntameerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou entameren jij zou entameren hij zou entameren wij zouden entameren jullie zouden entameren zij zouden entameren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëntameerd hebben jij zou geëntameerd hebben hij zou geëntameerd hebben wij zouden geëntameerd hebben jullie zouden geëntameerd hebben zij zouden geëntameerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
entameer
|