EN: to enchantNL: enchant (charm): bevallen, bekoren
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
enchanting
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I enchant you enchant he enchants we enchant you enchant they enchant
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have enchanted you have enchanted he has enchanted we have enchanted you have enchanted they have enchanted
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I enchanted you enchanted he enchanted we enchanted you enchanted they enchanted
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had enchanted you had enchanted he had enchanted we had enchanted you had enchanted they had enchanted
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will enchant you will enchant he will enchant we will enchant you will enchant they will enchant
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have enchanted you will have enchanted he will have enchanted we will have enchanted you will have enchanted they will have enchanted
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would enchant you would enchant he would enchant we would enchant you would enchant they would enchant
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have enchanted you would have enchanted he would have enchanted we would have enchanted you would have enchanted they would have enchanted
|