| Vervoegen: emotioneren |
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
| geëmotioneerd |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
| ik emotioneer jij emotioneert hij emotioneert wij emotioneren jullie emotioneren zij emotioneren |
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
| ik heb geëmotioneerd jij hebt geëmotioneerd hij heeft geëmotioneerd wij hebben geëmotioneerd jullie hebben geëmotioneerd zij hebben geëmotioneerd |
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
| ik emotioneerde jij emotioneerde hij emotioneerde wij emotioneerden jullie emotioneerden zij emotioneerden |
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
| ik had geëmotioneerd jij had geëmotioneerd hij had geëmotioneerd wij hadden geëmotioneerd jullie hadden geëmotioneerd zij hadden geëmotioneerd |
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
| ik zal emotioneren jij zult emotioneren hij zal emotioneren wij zullen emotioneren jullie zullen emotioneren zij zullen emotioneren |
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
| ik zal geëmotioneerd hebben jij zult geëmotioneerd hebben hij zal geëmotioneerd hebben wij zullen geëmotioneerd hebben jullie zullen geëmotioneerd hebben zij zullen geëmotioneerd hebben |
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
| ik zou emotioneren jij zou emotioneren hij zou emotioneren wij zouden emotioneren jullie zouden emotioneren zij zouden emotioneren |
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
| ik zou geëmotioneerd hebben jij zou geëmotioneerd hebben hij zou geëmotioneerd hebben wij zouden geëmotioneerd hebben jullie zouden geëmotioneerd hebben zij zouden geëmotioneerd hebben |
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
| emotioneer |