Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

emmeren vervoegen




NL: emmeren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geëmmerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik emmer
jij emmert
hij emmert
wij emmeren
jullie emmeren
zij emmeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geëmmerd
jij hebt geëmmerd
hij heëft geëmmerd
wij hebben geëmmerd
jullie hebben geëmmerd
zij hebben geëmmerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik emmerde
jij emmerde
hij emmerde
wij emmerden
jullie emmerden
zij emmerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geëmmerd
jij had geëmmerd
hij had geëmmerd
wij hadden geëmmerd
jullie hadden geëmmerd
zij hadden geëmmerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal emmeren
jij zult emmeren
hij zal emmeren
wij zullen emmeren
jullie zullen emmeren
zij zullen emmeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geëmmerd hebben
jij zult geëmmerd hebben
hij zal geëmmerd hebben
wij zullen geëmmerd hebben
jullie zullen geëmmerd hebben
zij zullen geëmmerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou emmeren
jij zou emmeren
hij zou emmeren
wij zouden emmeren
jullie zouden emmeren
zij zouden emmeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geëmmerd hebben
jij zou geëmmerd hebben
hij zou geëmmerd hebben
wij zouden geëmmerd hebben
jullie zouden geëmmerd hebben
zij zouden geëmmerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
emmer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/emmeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald