Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

embarkeren vervoegen




NL: embarkeren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geëmbarkeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik embarkeer
jij embarkeert
hij embarkeert
wij embarkeren
jullie embarkeren
zij embarkeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geëmbarkeerd
jij hebt geëmbarkeerd
hij heeft geëmbarkeerd
wij hebben geëmbarkeerd
jullie hebben geëmbarkeerd
zij hebben geëmbarkeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik embarkeerde
jij embarkeerde
hij embarkeerde
wij embarkeerden
jullie embarkeerden
zij embarkeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geëmbarkeerd
jij had geëmbarkeerd
hij had geëmbarkeerd
wij hadden geëmbarkeerd
jullie hadden geëmbarkeerd
zij hadden geëmbarkeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal embarkeren
jij zult embarkeren
hij zal embarkeren
wij zullen embarkeren
jullie zullen embarkeren
zij zullen embarkeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geëmbarkeerd hebben
jij zult geëmbarkeerd hebben
hij zal geëmbarkeerd hebben
wij zullen geëmbarkeerd hebben
jullie zullen geëmbarkeerd hebben
zij zullen geëmbarkeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou embarkeren
jij zou embarkeren
hij zou embarkeren
wij zouden embarkeren
jullie zouden embarkeren
zij zouden embarkeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geëmbarkeerd hebben
jij zou geëmbarkeerd hebben
hij zou geëmbarkeerd hebben
wij zouden geëmbarkeerd hebben
jullie zouden geëmbarkeerd hebben
zij zouden geëmbarkeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
embarkeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/embarkeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald