NL: emanciperenSynoniemen: vrijmaken, ontvoogden, vrijvechten, verlossen, bevrijden, banen
DE: emanciperen (vrijmaken): entlassen, freimachen, freigeben, freilassen, erlösen, befreien, entbinden
EN: emanciperen (vrijmaken): disengage, free, clear
ES: emanciperen (vrijmaken): liberar
FR: emanciperen (vrijmaken): liberalisér, dégager, libérer, affranchir, désencombrer, mettre en liberté, laisser libre
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëmancipeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik emancipeer jij emancipeert hij emancipeert wij emanciperen jullie emanciperen zij emanciperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëmancipeerd jij hebt geëmancipeerd hij heeft geëmancipeerd wij hebben geëmancipeerd jullie hebben geëmancipeerd zij hebben geëmancipeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik emancipeerde jij emancipeerde hij emancipeerde wij emancipeerden jullie emancipeerden zij emancipeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëmancipeerd jij had geëmancipeerd hij had geëmancipeerd wij hadden geëmancipeerd jullie hadden geëmancipeerd zij hadden geëmancipeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal emanciperen jij zult emanciperen hij zal emanciperen wij zullen emanciperen jullie zullen emanciperen zij zullen emanciperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëmancipeerd hebben jij zult geëmancipeerd hebben hij zal geëmancipeerd hebben wij zullen geëmancipeerd hebben jullie zullen geëmancipeerd hebben zij zullen geëmancipeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou emanciperen jij zou emanciperen hij zou emanciperen wij zouden emanciperen jullie zouden emanciperen zij zouden emanciperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëmancipeerd hebben jij zou geëmancipeerd hebben hij zou geëmancipeerd hebben wij zouden geëmancipeerd hebben jullie zouden geëmancipeerd hebben zij zouden geëmancipeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
emancipeer
|