| Vervoegen: eindigen |
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
| geëindigd |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
| ik eindig jij eindigt hij eindigt wij eindigen jullie eindigen zij eindigen |
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
| ik ben geëindigd jij bent geëindigd hij is geëindigd wij zijn geëindigd jullie zijn geëindigd zij zijn geëindigd |
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
| ik eindigde jij eindigde hij eindigde wij eindigden jullie eindigden zij eindigden |
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
| ik was geëindigd jij was geëindigd hij was geëindigd wij waren geëindigd jullie waren geëindigd zij waren geëindigd |
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
| ik zal eindigen jij zult eindigen hij zal eindigen wij zullen eindigen jullie zullen eindigen zij zullen eindigen |
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
| ik zal geëindigd zijn jij zult geëindigd zijn hij zal geëindigd zijn wij zullen geëindigd zijn jullie zullen geëindigd zijn zij zullen geëindigd zijn |
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
| ik zou eindigen jij zou eindigen hij zou eindigen wij zouden eindigen jullie zouden eindigen zij zouden eindigen |
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
| ik zou geëindigd zijn jij zou geëindigd zijn hij zou geëindigd zijn wij zouden geëindigd zijn jullie zouden geëindigd zijn zij zouden geëindigd zijn |
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
| eindig |