NL: eindigenSynoniemen: aflopen, besluiten, finishen, teneindelopen, volbrengen, voltooien, afhaken, kappen, ophouden, staken, uitscheiden, , uitlopen, uitgaan, terechtkomen, arriveren, aanlanden, aankomen, aanbelanden, verlopen, uitraken, stoppen, beëindigen, afsluiten
DE: das Ausscheiden, das Aufhören
EN: the cease, the quitting, the knock off, the stopping
ES: la conclusión, la finalización
FR: la fin, le achèvement, la terminaison, la action d'arrêter
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëindigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik eindig jij eindigt hij eindigt wij eindigen jullie eindigen zij eindigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben geëindigd jij bent geëindigd hij is geëindigd wij zijn geëindigd jullie zijn geëindigd zij zijn geëindigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik eindigde jij eindigde hij eindigde wij eindigden jullie eindigden zij eindigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was geëindigd jij was geëindigd hij was geëindigd wij waren geëindigd jullie waren geëindigd zij waren geëindigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal eindigen jij zult eindigen hij zal eindigen wij zullen eindigen jullie zullen eindigen zij zullen eindigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëindigd zijn jij zult geëindigd zijn hij zal geëindigd zijn wij zullen geëindigd zijn jullie zullen geëindigd zijn zij zullen geëindigd zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou eindigen jij zou eindigen hij zou eindigen wij zouden eindigen jullie zouden eindigen zij zouden eindigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëindigd zijn jij zou geëindigd zijn hij zou geëindigd zijn wij zouden geëindigd zijn jullie zouden geëindigd zijn zij zouden geëindigd zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
eindig
|