NL: egaliserenSynoniemen: effenen, frezen, gladmaken, vereffenen, gelijkmaken
DE: egaliseren (gladmaken): egalisieren, flächen, polieren, bügeln, schlichten, schleifen, glätten, schaben, funkeln, schimmern, ebnen, glitzern, florieren, glimmen, schmirgeln
EN: egaliseren (gladmaken): egalize, polish, smooth, even
FR: egaliseren (gladmaken): égaliser, niveler, lisser, polir, aplanir, défroisser, rendre lisse
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëgaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik egaliseer jij egaliseert hij egaliseert wij egaliseren jullie egaliseren zij egaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëgaliseerd jij hebt geëgaliseerd hij heeft geëgaliseerd wij hebben geëgaliseerd jullie hebben geëgaliseerd zij hebben geëgaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik egaliseerde jij egaliseerde hij egaliseerde wij egaliseerden jullie egaliseerden zij egaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëgaliseerd jij had geëgaliseerd hij had geëgaliseerd wij hadden geëgaliseerd jullie hadden geëgaliseerd zij hadden geëgaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal egaliseren jij zult egaliseren hij zal egaliseren wij zullen egaliseren jullie zullen egaliseren zij zullen egaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëgaliseerd hebben jij zult geëgaliseerd hebben hij zal geëgaliseerd hebben wij zullen geëgaliseerd hebben jullie zullen geëgaliseerd hebben zij zullen geëgaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou egaliseren jij zou egaliseren hij zou egaliseren wij zouden egaliseren jullie zouden egaliseren zij zouden egaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëgaliseerd hebben jij zou geëgaliseerd hebben hij zou geëgaliseerd hebben wij zouden geëgaliseerd hebben jullie zouden geëgaliseerd hebben zij zouden geëgaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
egaliseer
|