NL: eerbiedigenSynoniemen: eren, erkennen, hoogachten, verering, , respecteren, opvolgen, observeren, naleven, nakomen, gehoorzamen, gadeslaan, bijhouden, bewandelen, verheffen, verheerlijking, eerbied, aanbidden, hoogschatten, achten
DE: eerbiedigen (hoogachten): respektieren, achten, schätzen, ehren, verehren, hochhalten, hochschätzen, hochachten
EN: eerbiedigen (hoogachten): respect, esteem, have a high regard for, esteem highly, hold in great esteem, value highly, praise
ES: eerbiedigen (hoogachten): respetar, estimar mucho, glorificar, tener en gran estima
FR: eerbiedigen (hoogachten): respecter, vénérer, considérer, observer, honorer, être respectueux, estimer
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëerbiedigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik eerbiedig jij eerbiedigt hij eerbiedigt wij eerbiedigen jullie eerbiedigen zij eerbiedigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëerbiedigd jij hebt geëerbiedigd hij heeft geëerbiedigd wij hebben geëerbiedigd jullie hebben geëerbiedigd zij hebben geëerbiedigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik eerbiedigde jij eerbiedigde hij eerbiedigde wij eerbiedigden jullie eerbiedigden zij eerbiedigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëerbiedigd jij had geëerbiedigd hij had geëerbiedigd wij hadden geëerbiedigd jullie hadden geëerbiedigd zij hadden geëerbiedigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal eerbiedigen jij zult eerbiedigen hij zal eerbiedigen wij zullen eerbiedigen jullie zullen eerbiedigen zij zullen eerbiedigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëerbiedigd hebben jij zult geëerbiedigd hebben hij zal geëerbiedigd hebben wij zullen geëerbiedigd hebben jullie zullen geëerbiedigd hebben zij zullen geëerbiedigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou eerbiedigen jij zou eerbiedigen hij zou eerbiedigen wij zouden eerbiedigen jullie zouden eerbiedigen zij zouden eerbiedigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëerbiedigd hebben jij zou geëerbiedigd hebben hij zou geëerbiedigd hebben wij zouden geëerbiedigd hebben jullie zouden geëerbiedigd hebben zij zouden geëerbiedigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
eerbiedig
|