NL: economiseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëconomiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik economiseer jij economiseert hij economiseert wij economiseren jullie economiseren zij economiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëconomiseerd jij hebt geëconomiseerd hij heeft geëconomiseerd wij hebben geëconomiseerd jullie hebben geëconomiseerd zij hebben geëconomiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik economiseerde jij economiseerde hij economiseerde wij economiseerden jullie economiseerden zij economiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëconomiseerd jij had geëconomiseerd hij had geëconomiseerd wij hadden geëconomiseerd jullie hadden geëconomiseerd zij hadden geëconomiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal economiseren jij zult economiseren hij zal economiseren wij zullen economiseren jullie zullen economiseren zij zullen economiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëconomiseerd hebben jij zult geëconomiseerd hebben hij zal geëconomiseerd hebben wij zullen geëconomiseerd hebben jullie zullen geëconomiseerd hebben zij zullen geëconomiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou economiseren jij zou economiseren hij zou economiseren wij zouden economiseren jullie zouden economiseren zij zouden economiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëconomiseerd hebben jij zou geëconomiseerd hebben hij zou geëconomiseerd hebben wij zouden geëconomiseerd hebben jullie zouden geëconomiseerd hebben zij zouden geëconomiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
economiseer
|