NL: eclipseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëclipseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik eclipseer jij eclipseert hij eclipseert wij eclipseren jullie eclipseren zij eclipseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëclipseerd jij hebt geëclipseerd hij heeft geëclipseerd wij hebben geëclipseerd jullie hebben geëclipseerd zij hebben geëclipseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik eclipseerde jij eclipseerde hij eclipseerde wij eclipseerden jullie eclipseerden zij eclipseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëclipseerd jij had geëclipseerd hij had geëclipseerd wij hadden geëclipseerd jullie hadden geëclipseerd zij hadden geëclipseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal eclipseren jij zult eclipseren hij zal eclipseren wij zullen eclipseren jullie zullen eclipseren zij zullen eclipseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëclipseerd hebben jij zult geëclipseerd hebben hij zal geëclipseerd hebben wij zullen geëclipseerd hebben jullie zullen geëclipseerd hebben zij zullen geëclipseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou eclipseren jij zou eclipseren hij zou eclipseren wij zouden eclipseren jullie zouden eclipseren zij zouden eclipseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëclipseerd hebben jij zou geëclipseerd hebben hij zou geëclipseerd hebben wij zouden geëclipseerd hebben jullie zouden geëclipseerd hebben zij zouden geëclipseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
eclipseer
|