NL: ecarterenSynoniemen: afdanken, wegwerken, wegnemen, weghalen, wegdoen, wegbrengen, verwijderen, vervreemden, verplaatsen, lichten, afzonderen, afnemen
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geëcarteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ecarteer jij ecarteert hij ecarteert wij ecarteren jullie ecarteren zij ecarteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geëcarteerd jij hebt geëcarteerd hij heeft geëcarteerd wij hebben geëcarteerd jullie hebben geëcarteerd zij hebben geëcarteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ecarteerde jij ecarteerde hij ecarteerde wij ecarteerden jullie ecarteerden zij ecarteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geëcarteerd jij had geëcarteerd hij had geëcarteerd wij hadden geëcarteerd jullie hadden geëcarteerd zij hadden geëcarteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ecarteren jij zult ecarteren hij zal ecarteren wij zullen ecarteren jullie zullen ecarteren zij zullen ecarteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geëcarteerd hebben jij zult geëcarteerd hebben hij zal geëcarteerd hebben wij zullen geëcarteerd hebben jullie zullen geëcarteerd hebben zij zullen geëcarteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ecarteren jij zou ecarteren hij zou ecarteren wij zouden ecarteren jullie zouden ecarteren zij zouden ecarteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geëcarteerd hebben jij zou geëcarteerd hebben hij zou geëcarteerd hebben wij zouden geëcarteerd hebben jullie zouden geëcarteerd hebben zij zouden geëcarteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ecarteer
|