NL: dwarsbomenSynoniemen: tegenwerken, dwarsliggen
DE: behindern, hintertreiben, entgegenwirken, konterkarieren, entgegenarbeiten
EN: oppose, hinder, prevent, thwart, sabotage, cross, stem, stop, upset
FR: traverser les projets de, contrarier, contrecarrer, empêcher, retenir, arrêter, barrer, stopper, gêner, frustrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedwarsboomd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dwarsboom jij dwarsboomt hij dwarsboomt wij dwarsbomen jullie dwarsbomen zij dwarsbomen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedwarsboomd jij hebt gedwarsboomd hij heeft gedwarsboomd wij hebben gedwarsboomd jullie hebben gedwarsboomd zij hebben gedwarsboomd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dwarsboomde jij dwarsboomde hij dwarsboomde wij dwarsboomden jullie dwarsboomden zij dwarsboomden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedwarsboomd jij had gedwarsboomd hij had gedwarsboomd wij hadden gedwarsboomd jullie hadden gedwarsboomd zij hadden gedwarsboomd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dwarsbomen jij zult dwarsbomen hij zal dwarsbomen wij zullen dwarsbomen jullie zullen dwarsbomen zij zullen dwarsbomen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedwarsboomd hebben jij zult gedwarsboomd hebben hij zal gedwarsboomd hebben wij zullen gedwarsboomd hebben jullie zullen gedwarsboomd hebben zij zullen gedwarsboomd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dwarsbomen jij zou dwarsbomen hij zou dwarsbomen wij zouden dwarsbomen jullie zouden dwarsbomen zij zouden dwarsbomen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedwarsboomd hebben jij zou gedwarsboomd hebben hij zou gedwarsboomd hebben wij zouden gedwarsboomd hebben jullie zouden gedwarsboomd hebben zij zouden gedwarsboomd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dwarsboom
|