NL: duperenSynoniemen: ontgoochelen, schaden, schaberokkenen, nadetoebrengen, benadelen, teleurstellen, tegenvallen, frustreren, afvallen
DE: duperen (ontgoochelen): enttäuschen, ernüchtern, frustrieren
EN: duperen (ontgoochelen): disappoint, frustrate, disillusion, let down, belie, counteract, be contrary, cross
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedupeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dupeer jij dupeert hij dupeert wij duperen jullie duperen zij duperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedupeerd jij hebt gedupeerd hij heeft gedupeerd wij hebben gedupeerd jullie hebben gedupeerd zij hebben gedupeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dupeerde jij dupeerde hij dupeerde wij dupeerden jullie dupeerden zij dupeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedupeerd jij had gedupeerd hij had gedupeerd wij hadden gedupeerd jullie hadden gedupeerd zij hadden gedupeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal duperen jij zult duperen hij zal duperen wij zullen duperen jullie zullen duperen zij zullen duperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedupeerd hebben jij zult gedupeerd hebben hij zal gedupeerd hebben wij zullen gedupeerd hebben jullie zullen gedupeerd hebben zij zullen gedupeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou duperen jij zou duperen hij zou duperen wij zouden duperen jullie zouden duperen zij zouden duperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedupeerd hebben jij zou gedupeerd hebben hij zou gedupeerd hebben wij zouden gedupeerd hebben jullie zouden gedupeerd hebben zij zouden gedupeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dupeer
|