Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

dulden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: dulden

NL: dulden
Synoniemen: dulden (überstehen): doorstaan, verdragen, doorleven, verteren, verduren

DE: vertragen, ertragen, tolerieren, zulassen
EN: dulden (überstehen): bear, endure, sustain, stand

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geduld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik duld
jij duldt
hij duldt
wij dulden
jullie dulden
zij dulden
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geduld
jij hebt geduld
hij heeft geduld
wij hebben geduld
jullie hebben geduld
zij hebben geduld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik duldde
jij duldde
hij duldde
wij duldden
jullie duldden
zij duldden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geduld
jij had geduld
hij had geduld
wij hadden geduld
jullie hadden geduld
zij hadden geduld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal dulden
jij zult dulden
hij zal dulden
wij zullen dulden
jullie zullen dulden
zij zullen dulden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geduld hebben
jij zult geduld hebben
hij zal geduld hebben
wij zullen geduld hebben
jullie zullen geduld hebben
zij zullen geduld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou dulden
jij zou dulden
hij zou dulden
wij zouden dulden
jullie zouden dulden
zij zouden dulden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geduld hebben
jij zou geduld hebben
hij zou geduld hebben
wij zouden geduld hebben
jullie zouden geduld hebben
zij zouden geduld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
duld


DE: dulden
Synoniemen: vertragen, ertragen, tolerieren, zulassen

NL: dulden (überstehen): doorstaan, verdragen, doorleven, verteren, verduren
EN: dulden (überstehen): bear, endure, sustain, stand
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
geduldet
duldend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich dulde
du duldest
er duldet
wir dulden
ihr duldet
sie; Sie dulden
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe geduldet
du hast geduldet
er hat geduldet
wir haben geduldet
ihr habt geduldet
sie; Sie haben geduldet
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich duldete
du duldetest
er duldete
wir duldeten
ihr duldetet
sie; Sie duldeten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte geduldet
du hattest geduldet
er hatte geduldet
wir hatten geduldet
ihr hattet geduldet
sie; Sie hatten geduldet
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde dulden
du wirst dulden
er wird dulden
wir werden dulden
ihr werdet dulden
sie; Sie werden dulden
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde geduldet haben
du wirst geduldet haben
er wird geduldet haben
wir werden geduldet haben
ihr werdet geduldet haben
sie; Sie werden geduldet haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich dulde
du duldest
er dulde
wir dulden
ihr duldet
sie; Sie dulden
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe geduldet
du habest geduldet
er habe geduldet
wir haben geduldet
ihr habet geduldet
sie; Sie haben geduldet
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich duldete
du duldetest
er duldete
wir duldeten
ihr duldetet
sie; Sie duldeten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte geduldet
du hättest geduldet
er hätte geduldet
wir hätten geduldet
ihr hättet geduldet
sie; Sie hätten geduldet
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde dulden
du würdest dulden
er würde dulden
wir würden dulden
ihr würdet dulden
sie; Sie würden dulden
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde geduldet haben
du würdest geduldet haben
er würde geduldet haben
wir würden geduldet haben
ihr würdet geduldet haben
sie; Sie würden geduldet haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du dulde

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/dulden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English