NL: duimenDE: das Daumen halten
EN: the cross your fingers
ES: el cruzar los dedos
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geduimd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik duim jij duimt hij duimt wij duimen jullie duimen zij duimen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geduimd jij hebt geduimd hij heeft geduimd wij hebben geduimd jullie hebben geduimd zij hebben geduimd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik duimde jij duimde hij duimde wij duimden jullie duimden zij duimden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geduimd jij had geduimd hij had geduimd wij hadden geduimd jullie hadden geduimd zij hadden geduimd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal duimen jij zult duimen hij zal duimen wij zullen duimen jullie zullen duimen zij zullen duimen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geduimd hebben jij zult geduimd hebben hij zal geduimd hebben wij zullen geduimd hebben jullie zullen geduimd hebben zij zullen geduimd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou duimen jij zou duimen hij zou duimen wij zouden duimen jullie zouden duimen zij zouden duimen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geduimd hebben jij zou geduimd hebben hij zou geduimd hebben wij zouden geduimd hebben jullie zouden geduimd hebben zij zouden geduimd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
duim
|