NL: drenkenSynoniemen: dopen, laven, penetreren, verven, bezielen
EN: drenken (doortrekken met vloeistof): drench, soak
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedrenkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik drenk jij drenkt hij drenkt wij drenken jullie drenken zij drenken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedrenkt jij hebt gedrenkt hij heeft gedrenkt wij hebben gedrenkt jullie hebben gedrenkt zij hebben gedrenkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik drenkte jij drenkte hij drenkte wij drenkten jullie drenkten zij drenkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedrenkt jij had gedrenkt hij had gedrenkt wij hadden gedrenkt jullie hadden gedrenkt zij hadden gedrenkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal drenken jij zult drenken hij zal drenken wij zullen drenken jullie zullen drenken zij zullen drenken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedrenkt hebben jij zult gedrenkt hebben hij zal gedrenkt hebben wij zullen gedrenkt hebben jullie zullen gedrenkt hebben zij zullen gedrenkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou drenken jij zou drenken hij zou drenken wij zouden drenken jullie zouden drenken zij zouden drenken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedrenkt hebben jij zou gedrenkt hebben hij zou gedrenkt hebben wij zouden gedrenkt hebben jullie zouden gedrenkt hebben zij zouden gedrenkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
drenk
|