NL: draperenDE: drapieren
ES: cubrir, envolver, drapear, cubrir con tela
FR: draper, couvrir d'étoffe
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedrapeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik drapeer jij drapeert hij drapeert wij draperen jullie draperen zij draperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedrapeerd jij hebt gedrapeerd hij heeft gedrapeerd wij hebben gedrapeerd jullie hebben gedrapeerd zij hebben gedrapeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik drapeerde jij drapeerde hij drapeerde wij drapeerden jullie drapeerden zij drapeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedrapeerd jij had gedrapeerd hij had gedrapeerd wij hadden gedrapeerd jullie hadden gedrapeerd zij hadden gedrapeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal draperen jij zult draperen hij zal draperen wij zullen draperen jullie zullen draperen zij zullen draperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedrapeerd hebben jij zult gedrapeerd hebben hij zal gedrapeerd hebben wij zullen gedrapeerd hebben jullie zullen gedrapeerd hebben zij zullen gedrapeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou draperen jij zou draperen hij zou draperen wij zouden draperen jullie zouden draperen zij zouden draperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedrapeerd hebben jij zou gedrapeerd hebben hij zou gedrapeerd hebben wij zouden gedrapeerd hebben jullie zouden gedrapeerd hebben zij zouden gedrapeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
drapeer
|