NL: doserenDE: dosieren
EN: dose
FR: doser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedoseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik doseer jij doseert hij doseert wij doseren jullie doseren zij doseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedoseerd jij hebt gedoseerd hij heeft gedoseerd wij hebben gedoseerd jullie hebben gedoseerd zij hebben gedoseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik doseerde jij doseerde hij doseerde wij doseerden jullie doseerden zij doseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedoseerd jij had gedoseerd hij had gedoseerd wij hadden gedoseerd jullie hadden gedoseerd zij hadden gedoseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doseren jij zult doseren hij zal doseren wij zullen doseren jullie zullen doseren zij zullen doseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedoseerd hebben jij zult gedoseerd hebben hij zal gedoseerd hebben wij zullen gedoseerd hebben jullie zullen gedoseerd hebben zij zullen gedoseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doseren jij zou doseren hij zou doseren wij zouden doseren jullie zouden doseren zij zouden doseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedoseerd hebben jij zou gedoseerd hebben hij zou gedoseerd hebben wij zouden gedoseerd hebben jullie zouden gedoseerd hebben zij zouden gedoseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
doseer
|