Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

dopen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: dopen

NL: dopen

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gedoopt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik doop
jij doopt
hij doopt
wij dopen
jullie dopen
zij dopen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gedoopt
jij hebt gedoopt
hij heeft gedoopt
wij hebben gedoopt
jullie hebben gedoopt
zij hebben gedoopt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik doopte
jij doopte
hij doopte
wij doopten
jullie doopten
zij doopten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gedoopt
jij had gedoopt
hij had gedoopt
wij hadden gedoopt
jullie hadden gedoopt
zij hadden gedoopt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal dopen
jij zult dopen
hij zal dopen
wij zullen dopen
jullie zullen dopen
zij zullen dopen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gedoopt hebben
jij zult gedoopt hebben
hij zal gedoopt hebben
wij zullen gedoopt hebben
jullie zullen gedoopt hebben
zij zullen gedoopt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou dopen
jij zou dopen
hij zou dopen
wij zouden dopen
jullie zouden dopen
zij zouden dopen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gedoopt hebben
jij zou gedoopt hebben
hij zou gedoopt hebben
wij zouden gedoopt hebben
jullie zouden gedoopt hebben
zij zouden gedoopt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
doop


DE: dopen
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gedopt
dopend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich dope
du dopst
er dopt
wir dopen
ihr dopt
sie; Sie dopen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gedopt
du hast gedopt
er hat gedopt
wir haben gedopt
ihr habt gedopt
sie; Sie haben gedopt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich dopte
du doptest
er dopte
wir dopten
ihr doptet
sie; Sie dopten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gedopt
du hattest gedopt
er hatte gedopt
wir hatten gedopt
ihr hattet gedopt
sie; Sie hatten gedopt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde dopen
du wirst dopen
er wird dopen
wir werden dopen
ihr werdet dopen
sie; Sie werden dopen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gedopt haben
du wirst gedopt haben
er wird gedopt haben
wir werden gedopt haben
ihr werdet gedopt haben
sie; Sie werden gedopt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich dope
du dopest
er dope
wir dopen
ihr dopet
sie; Sie dopen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gedopt
du habest gedopt
er habe gedopt
wir haben gedopt
ihr habet gedopt
sie; Sie haben gedopt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich dopte
du doptest
er dopte
wir dopten
ihr doptet
sie; Sie dopten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gedopt
du hättest gedopt
er hätte gedopt
wir hätten gedopt
ihr hättet gedopt
sie; Sie hätten gedopt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde dopen
du würdest dopen
er würde dopen
wir würden dopen
ihr würdet dopen
sie; Sie würden dopen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gedopt haben
du würdest gedopt haben
er würde gedopt haben
wir würden gedopt haben
ihr würdet gedopt haben
sie; Sie würden gedopt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du dope

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/dopen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English