NL: doorzettenSynoniemen: doorbijten, doordrijven, volharden, volhouden, doordouwen, standhouden, doorgaan
DE: durchsetzen, einprägen, betreiben, durchhalten, fortsetzen, hämmern, einschneiden, durchdringen, einschärfen, einimpfen
EN: persist, persevere
ES: perseverar, empujar, retener, calar, filtrarse, no cesar, tener constancia y tenacidad
FR: persévérer, continuer à pousser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgezet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zet door jij zet door hij zet door wij zetten door jullie zetten door zij zetten door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgezet jij hebt doorgezet hij heeft doorgezet wij hebben doorgezet jullie hebben doorgezet zij hebben doorgezet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zette door jij zette door hij zette door wij zetten door jullie zetten door zij zetten door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgezet jij had doorgezet hij had doorgezet wij hadden doorgezet jullie hadden doorgezet zij hadden doorgezet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorzetten jij zult doorzetten hij zal doorzetten wij zullen doorzetten jullie zullen doorzetten zij zullen doorzetten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgezet hebben jij zult doorgezet hebben hij zal doorgezet hebben wij zullen doorgezet hebben jullie zullen doorgezet hebben zij zullen doorgezet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorzetten jij zou doorzetten hij zou doorzetten wij zouden doorzetten jullie zouden doorzetten zij zouden doorzetten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgezet hebben jij zou doorgezet hebben hij zou doorgezet hebben wij zouden doorgezet hebben jullie zouden doorgezet hebben zij zouden doorgezet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zet door
|