NL: doorzagenSynoniemen: zagen, uitvragen, doorvragen
DE: doorzagen (doorvragen): ausforschen, weiter fragen
EN: doorzagen (doorvragen): interrogate, question
FR: doorzagen (doorvragen): scier, interroger, questionner, interpeller, lessiver, passer un interrogatoire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgezaagd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zaag door jij zaagt door hij zaagt door wij zagen door jullie zagen door zij zagen door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgezaagd jij hebt doorgezaagd hij heeft doorgezaagd wij hebben doorgezaagd jullie hebben doorgezaagd zij hebben doorgezaagd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zaagde door jij zaagde door hij zaagde door wij zaagden door jullie zaagden door zij zaagden door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgezaagd jij had doorgezaagd hij had doorgezaagd wij hadden doorgezaagd jullie hadden doorgezaagd zij hadden doorgezaagd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorzagen jij zult doorzagen hij zal doorzagen wij zullen doorzagen jullie zullen doorzagen zij zullen doorzagen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgezaagd hebben jij zult doorgezaagd hebben hij zal doorgezaagd hebben wij zullen doorgezaagd hebben jullie zullen doorgezaagd hebben zij zullen doorgezaagd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorzagen jij zou doorzagen hij zou doorzagen wij zouden doorzagen jullie zouden doorzagen zij zouden doorzagen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgezaagd hebben jij zou doorgezaagd hebben hij zou doorgezaagd hebben wij zouden doorgezaagd hebben jullie zouden doorgezaagd hebben zij zouden doorgezaagd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zaag door
|