NL: doorstuderen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgestudeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik studeer door jij studeert door hij studeert door wij studeren door jullie studeren door zij studeren door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgestudeerd jij hebt doorgestudeerd hij heeft doorgestudeerd wij hebben doorgestudeerd jullie hebben doorgestudeerd zij hebben doorgestudeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik studeerde door jij studeerde door hij studeerde door wij studeerden door jullie studeerden door zij studeerden door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgestudeerd jij had doorgestudeerd hij had doorgestudeerd wij hadden doorgestudeerd jullie hadden doorgestudeerd zij hadden doorgestudeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorstuderen jij zult doorstuderen hij zal doorstuderen wij zullen doorstuderen jullie zullen doorstuderen zij zullen doorstuderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgestudeerd hebben jij zult doorgestudeerd hebben hij zal doorgestudeerd hebben wij zullen doorgestudeerd hebben jullie zullen doorgestudeerd hebben zij zullen doorgestudeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorstuderen jij zou doorstuderen hij zou doorstuderen wij zouden doorstuderen jullie zouden doorstuderen zij zouden doorstuderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgestudeerd hebben jij zou doorgestudeerd hebben hij zou doorgestudeerd hebben wij zouden doorgestudeerd hebben jullie zouden doorgestudeerd hebben zij zouden doorgestudeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
studeer door
|