NL: doorspelenSynoniemen: doorvertellen, sluizen, rondvertellen, rondbrieven, doorgeven
DE: doorspelen (doorvertellen): durchsagen, übertragen, austragen, weitererzählen, denunzieren, ausposaunen, herumerzählen
EN: doorspelen (doorvertellen): pass on, blab, tell, feed
FR: doorspelen (doorvertellen): transmettre, rapporter, répandre, colporter, faire circuler, se faire l'écho de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgespeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik speel door jij speelt door hij speelt door wij spelen door jullie spelen door zij spelen door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgespeeld jij hebt doorgespeeld hij heeft doorgespeeld wij hebben doorgespeeld jullie hebben doorgespeeld zij hebben doorgespeeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik speelde door jij speelde door hij speelde door wij speelden door jullie speelden door zij speelden door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgespeeld jij had doorgespeeld hij had doorgespeeld wij hadden doorgespeeld jullie hadden doorgespeeld zij hadden doorgespeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorspelen jij zult doorspelen hij zal doorspelen wij zullen doorspelen jullie zullen doorspelen zij zullen doorspelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgespeeld hebben jij zult doorgespeeld hebben hij zal doorgespeeld hebben wij zullen doorgespeeld hebben jullie zullen doorgespeeld hebben zij zullen doorgespeeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorspelen jij zou doorspelen hij zou doorspelen wij zouden doorspelen jullie zouden doorspelen zij zouden doorspelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgespeeld hebben jij zou doorgespeeld hebben hij zou doorgespeeld hebben wij zouden doorgespeeld hebben jullie zouden doorgespeeld hebben zij zouden doorgespeeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
speel door
|