NL: doorsmerenSynoniemen: oliën
DE: schmieren, fetten, einreiben, ölen, einfetten, abschmieren, einschmieren
EN: lubricate, grease, oil
ES: engrasar, aceitar, lubricar, lubrificar
FR: lubrifier, graisser, huiler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgesmeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik smeer door jij smeert door hij smeert door wij smeren door jullie smeren door zij smeren door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgesmeerd jij hebt doorgesmeerd hij heeft doorgesmeerd wij hebben doorgesmeerd jullie hebben doorgesmeerd zij hebben doorgesmeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik smeerde door jij smeerde door hij smeerde door wij smeerden door jullie smeerden door zij smeerden door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgesmeerd jij had doorgesmeerd hij had doorgesmeerd wij hadden doorgesmeerd jullie hadden doorgesmeerd zij hadden doorgesmeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorsmeren jij zult doorsmeren hij zal doorsmeren wij zullen doorsmeren jullie zullen doorsmeren zij zullen doorsmeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgesmeerd hebben jij zult doorgesmeerd hebben hij zal doorgesmeerd hebben wij zullen doorgesmeerd hebben jullie zullen doorgesmeerd hebben zij zullen doorgesmeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorsmeren jij zou doorsmeren hij zou doorsmeren wij zouden doorsmeren jullie zouden doorsmeren zij zouden doorsmeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgesmeerd hebben jij zou doorgesmeerd hebben hij zou doorgesmeerd hebben wij zouden doorgesmeerd hebben jullie zouden doorgesmeerd hebben zij zouden doorgesmeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
smeer door
|