NL: doorslaanSynoniemen: bekennen, bezwijken, doormeppen, overslaan, verklappen, doorboren, verraden
EN: doorslaan (verklappen): blurt out, tip the scales, let slip out, blab
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla door jij slaat door hij slaat door wij slaan door jullie slaan door zij slaan door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgeslagen jij hebt doorgeslagen hij heeft doorgeslagen wij hebben doorgeslagen jullie hebben doorgeslagen zij hebben doorgeslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg door jij sloeg door hij sloeg door wij sloegen door jullie sloegen door zij sloegen door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgeslagen jij had doorgeslagen hij had doorgeslagen wij hadden doorgeslagen jullie hadden doorgeslagen zij hadden doorgeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorslaan jij zult doorslaan hij zal doorslaan wij zullen doorslaan jullie zullen doorslaan zij zullen doorslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgeslagen hebben jij zult doorgeslagen hebben hij zal doorgeslagen hebben wij zullen doorgeslagen hebben jullie zullen doorgeslagen hebben zij zullen doorgeslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorslaan jij zou doorslaan hij zou doorslaan wij zouden doorslaan jullie zouden doorslaan zij zouden doorslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgeslagen hebben jij zou doorgeslagen hebben hij zou doorgeslagen hebben wij zouden doorgeslagen hebben jullie zouden doorgeslagen hebben zij zouden doorgeslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla door
|