NL: doormailen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgemaild
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik mail door jij mailt door hij mailt door wij mailen door jullie mailen door zij mailen door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgemaild jij hebt doorgemaild hij heeft doorgemaild wij hebben doorgemaild jullie hebben doorgemaild zij hebben doorgemaild
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mail doorde jij mail doorde hij mailde door wij maidenl door jullie mailden door zij mailden door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgemaild jij had doorgemaild hij had doorgemaild wij hadden doorgemaild jullie hadden doorgemaild zij hadden doorgemaild
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doormailen jij zult doormailen hij zal doormailen wij zullen doormailen jullie zullen doormailen zij zullen doormailen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgemaild hebben jij zult doorgemaild hebben hij zal doorgemaild hebben wij zullen doorgemaild hebben jullie zullen doorgemaild hebben zij zullen doorgemaild hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doormailen jij zou doormailen hij zou doormailen wij zouden doormailen jullie zouden doormailen zij zouden doormailen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgemaild hebben jij zou doorgemaild hebben hij zou doorgemaild hebben wij zouden doorgemaild hebben jullie zouden doorgemaild hebben zij zouden doorgemaild hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
mail door
|